Alles gemeten. Maar wat met jouw lichaam?

Alles gemeten. Maar wat met jouw lichaam?

Je weet hoeveel kilometer je gelopen hebt en aan welk tempo. Je telt je baantjes in het zwembad. Je horloge houdt je hartslag bij, je telefoon telt je stappen en vertelt je ’s morgens hoe je geslapen hebt.

Op een verpakking staat een voedingstabel, op je weegschaal staat een getal en aan de muur hangt een klok die je vertelt hoe laat het is.

Meten is weten. En tegenwoordig meten we ontzettend veel.

Ook onze voeding meten en wegen we. We kijken naar calorieën, eiwitten, koolhydraten of suikers. Maar wat gebeurt er eigenlijk nadat die voeding ons lichaam binnenkomt?

Dat meten werkt, is zelf ook gemeten

Neem de stappenteller. In 2007 brachten onderzoekers verschillende studies samen naar het gebruik van stappentellers. Mensen die er een gebruikten, zetten gemiddeld ruim tweeduizend stappen per dag meer dan mensen die er geen gebruikten (Bravata et al., JAMA, 2007).

Ook het bijhouden van vooruitgang blijkt effect te hebben. Een grote analyse uit 2016 bekeek 138 onderzoeken met bijna twintigduizend deelnemers. Mensen die hun vooruitgang opvolgden, bereikten vaker hun doel. Het effect was nog groter wanneer resultaten werden genoteerd of gedeeld met iemand anders (Harkin et al., Psychological Bulletin, 2016).

En ook binnen voedings- en bewegingsprogramma’s zien we hetzelfde terug. Onderzoek naar technieken die gedragsverandering ondersteunen, wees zelfmonitoring aan als een van de onderdelen die samenhing met betere resultaten (Michie et al., Health Psychology, 2009).

Verschillende onderzoeken, maar telkens een vergelijkbaar principe:

Als je ziet wat er gebeurt, wordt het makkelijker om er iets mee te doen.

En daar kunnen we ook in de praktijk gebruik van maken.

Wat meten we?

Bij een suikeranalyse draag je veertien dagen een kleine glucosesensor op je bovenarm. Via je smartphone kun je volgen hoe je glucosewaarden gedurende de dag veranderen.

Ondertussen hou je bij wat je eet en drinkt, wanneer je beweegt en sport en hoe je slaap en stress verlopen.

De eerste week gebruiken we vooral om je gewone leefpatroon in kaart te brengen. In de tweede week kunnen we vervolgens een aantal gerichte aanpassingen doen en kijken wat er verandert.

Zo wordt iets wat normaal onzichtbaar blijft plots zichtbaar.

Een DNA-analyse kijkt vanuit een heel andere hoek. Je genetische aanleg verandert niet met wat je vandaag eet of hoeveel je beweegt. De analyse geeft inzicht in genetische varianten die onder andere een rol kunnen spelen in hoe je lichaam omgaat met voedingsstoffen en verschillende metabole processen.

De suikeranalyse toont dus wat er op dit moment gebeurt. DNA geeft informatie over de aanleg die je met je meedraagt.

En dus… wat heb je eraan?

Het zijn natuurlijk geen wondermiddelen. Een sensor of DNA-rapport verandert op zichzelf niets aan je gezondheid.

Het interessante zit ergens anders: misschien hoef je juist minder te veranderen.

Zonder persoonlijke informatie wordt een gezond plan al snel een lange lijst: anders ontbijten, minder tussendoortjes, meer bewegen, vroeger eten, beter slapen, minder stress…

Maar misschien zit bij jou de grootste winst helemaal niet in tien veranderingen tegelijk.

Bij de ene persoon blijkt het ontbijt een interessant aanknopingspunt. Bij iemand anders zien we vooral verschil wanneer er na de maaltijd bewogen wordt. En bij nog iemand anders vallen net de momenten op waarop slaap of stress minder goed waren.

Dat zijn heel verschillende aandachtspunten.

En dat vind ik persoonlijk een van de grote voordelen van meten: je kunt veel gerichter kiezen waar je begint.

Je ziet niet alleen dát iets verandert, maar ook waarom je het doet

Een advies opvolgen omdat iemand zegt dat het gezond is, is één ding.

Zelf kunnen zien wat er gebeurt wanneer je iets verandert, is iets anders.

Wanneer je bijvoorbeeld merkt dat een ander ontbijt, een wandeling na de maaltijd of een andere samenstelling van je maaltijd duidelijk verschil maakt, krijgt zo’n advies ineens veel meer betekenis.

En de informatie verdwijnt niet wanneer de sensor na veertien dagen wordt verwijderd. Je rapport blijft van jou. Je kunt er later opnieuw naar teruggrijpen en jezelf eraan herinneren waarom je bepaalde gewoontes hebt aangepast.

Misschien is dat uiteindelijk wel de belangrijkste bedoeling van al dat meten:

niet méér regels krijgen, maar beter begrijpen welke veranderingen voor jou relevant zijn.

Waarom wachten tot januari?

We schuiven goede voornemens gemakkelijk door naar januari. Maar eigenlijk is er geen enkele reden om daarop te wachten.

Wie nu begint, heeft de komende maanden tijd om te observeren, te leren en kleine dingen te veranderen. Niet met het idee dat alles vanaf morgen anders moet, maar vanuit inzicht.

Benieuwd wat een suikeranalyse of DNA-analyse jou kan vertellen?

Neem gerust contact met me op of plan een vrijblijvend kennismakingsgesprek van 15 minuten. Dan bekijken we samen welke analyse het beste aansluit bij wat jij wilt weten.

Dit nieuwsbericht werd gepubliceerd door Hilde Vanhaelewijn - Helemaal vitaal.