Luxeartikelen aftrekken via vennootschap?

Een appartement aan de kust, een luxejacht, een sportwagen,... Mag een ondernemer of vrije beroeper zulke goederen à volonté via zijn vennootschap kopen?

Ondernemers en vrije beroepers die met een vennootschap werken, kunnen de afweging maken of ze zelf een bepaald goed kopen, dan wel dat de vennootschap het koopt. Mag de zaakvoerder het goed vervolgens in zijn privéleven gebruiken, dan wordt dat gezien als een vorm van verloning in natura, of in fiscaal jargon een voordeel van alle aard (VAA). De ontvanger moet daar belastingen op betalen in de personenbelasting. Anderzijds kan de vennootschap de gemaakte kosten wel afschrijven.

De zaakvoerder weegt af wat het gunstigst is. De keuze om het via de vennootschap te doen werd sterk in de hand gewerkt doordat de waarde van het voordeel in natura, waarop de belasting wordt berekend, in veel gevallen forfaitair wordt vastgesteld en aan de lage kant uitviel of uitvalt. Met zo'n optimalisatie is niets mis.

Een pc van de zaak mogen gebruiken, bijvoorbeeld, daar plakt de fiscus een waarde op van 180 euro per jaar, plus 60 euro voor de internetaansluiting. Daarop wordt de personenbelasting berekend.

Dezelfde redenering werd courant toegepast voor vastgoed. De vennootschap koopt een villa en stelt die ter beschikking van de zaakvoerder: loon in natura. Wat dat voordeel waard is, wordt bepaald met een vaste formule op basis van het kadastraal inkomen.

Onder de regering-Di Rupo werd die manier van optimaliseren al een stuk minder aantrekkelijk. De formules om een waarde te plakken op het VAA werden bijgesteld, met name voor vastgoed en wagens, waardoor die waarde en dus de belasting erop een eind hoger uitkomt.

Maar ook rechtspraak steekt die manier van werken de jongste jaren vaker een stok in de wielen. Daarbij wordt niet zozeer gekeken naar het voordeel van alle aard voor de zaakvoerder, maar veeleer naar de kant van de vennootschap. Een vennootschap mag enkel kosten afschrijven die zijn gemaakt om belastbare inkomsten te verwerven. Een loon voor een zaakvoerder hoort daarbij, en de vennootschap mag ervoor kiezen een deel van die verloning te bieden in natura. Alleen zijn daar wel grenzen aan. Wat en hoeveel als loon kan worden gegeven, moet min of meer vergelijkbaar zijn met wat een manager met gelijkaardige verantwoordelijkheden ontvangt die in loondienst is.

Vindt de rechtbank het niet objectief te verantwoorden dat de zaakvoerder een bepaalde vorm van verloning krijgt, dan worden de kosten in de vennootschap verworpen. Met andere woorden: de gemaakte kosten zijn niet aftrekbaar, dus op het bedrag in kwestie is vennootschapsbelasting verschuldigd. In dat geval is de belasting dubbel: op het voordeel van alle aard in de personenbelasting en via de vennootschapsbelasting.

Een belangrijke vraag is dus of de verloning marktconform is. Een normale wagen die gangbaar is als bedrijfswagen voor kaderleden is bijvoorbeeld te verantwoorden, een spectaculaire sportwagen al veel minder.

Is het geen criterium of het goed in kwestie ook rechtstreeks wordt ingezet voor het verwerven van inkomsten voor de vennootschap? Strikt gesproken niet. Al zal het wel gemakkelijker te verantwoorden zijn dat een zaakvoerder zijn wagen, gsm en computer die voor het werk dienen ook privé mag gebruiken. Voor goederen die veeleer in de hobbysfeer zitten, is het moeilijker te verantwoorden dat de vennootschap die kosten mag aftrekken.

Luxeartikelen aftrekken via vennootschap?