Hoger of lagere belastingen

Met de verhoging van de roerende voorheffing is de regering nog maar eens tegen de Laffercurve aangebotst. In België is de grens bereikt van de hoeveelheid belastingen die de burgers willen betalen.

De verhoging tot 30 procent van de roerende voorheffing op beleggingsinkomsten heeft niet de verwachte extra miljoenen naar de schatkist doen stromen. In de eerste vier maanden van dit jaar leverde de belasting integendeel  77  miljoen euro minder op dan in dezelfde periode vorig jaar.

Het is een bekend fenomeen dat de opbrengst van een belasting kan dalen als het tarief te hoog wordt, omdat de belastingplichtigen dan hun gedrag gaan wijzigen of manieren zoeken om de belasting te ontwijken. Het werd in 1974 treffend geïllustreerd in een grafiekje - de Laffercurve - door de Amerikaanse econoom Arthur Laffer.

De regering-Michel is de voorbije jaren al een paar keer tegen de Laffercurve aangebotst. Met de speculatietaks bijvoorbeeld, de heffing op meerwaarden van aandelenbeleggingen met een looptijd van minder dan zes maanden. Die moest de regering vorig jaar inderhaast weer intrekken omdat ze een aanzienlijk gat sloeg in de schatkist en ook woog op de opbrengst van de beurstaks: de beleggers handelden minder om aan de speculatietaks te ontsnappen. Eenzelfde verhaal met de verhoging van de accijnzen op tabak. Die bracht maar een fractie op van wat de regering aan extra inkomsten had begroot.

Deze fiasco's komen boven op andere belastingen die de regering de voorbije jaren invoerde, maar weer moest afvoeren wegens onwerkbaar (de rijkentaks) of wegens strijdig met de Europese regels (de fairnesstaks). Deze twee belastingen werden ingevoerd door de regering-Di Rupo.

De les moet nu stilaan toch duidelijk zijn: de regering dient zich grondig te bezinnen vooraleer ze weer een nieuwe belasting invoert. Ze wil creatief  zijn en selectief, om het grootste deel van haar achterban te sparen. Maar ze werkt zichzelf daardoor in de nesten. Omdat ze het basisprincipe niet respecteert van wat technisch een 'goede' belasting is: een lage heffing op een brede basis, en die heel moeilijk te ontwijken is.

De regering-Michel houdt dat het best voor ogen als ze binnenkort begint te sleutelen aan de vennootschapsbelasting, ook als ze later dit jaar de begroting voor 2018 opstelt en daarbij weer ettelijke miljarden moet vinden.

De opeenvolgende ervaringen met de speculatietaks, de accijnzen op tabak en de hogere roerende voorheffing moeten duidelijk hebben gemaakt dat het verhaal van belastingverhogingen eindig is. Er is een grens aan de hoeveelheid belastingen die de burgers in dit land bereid zijn te betalen, en die grens is bereikt. Als de overheid te inhalig wordt, zullen de mensen dat als hoogst onrechtvaardig ervaren en proberen aan die belasting te ontsnappen. De mogelijkheid daartoe is er altijd, ook perfect wettelijke. En mensen zijn vindingrijk.

Waarom gooit de regering het niet over een andere boeg en verlaagt ze een aantal belastingen niet? Dat kan resulteren in hogere ontvangsten. Daar zijn voorbeelden van, ook in België. Denk aan de successie- en schenkingsrechten. De Laffercurve, weet u wel.

Hoger of lagere belastingen