De belangrijke fiscale hervorming

De lang aangekondigde hervorming van de vennootschapsbelasting komt er dankzij het grote zomerakkoord van de regering Michel. Voor alle bedrijven daalt het belastingtarief stapsgewijs. Investeringen worden aangemoedigd. Ook de kleine zelfstandigen krijgen een duw in de rug. Maar aangezien de hervormingsoperatie budgettair neutraal moet blijven komen er noodgedwongen ook compenserende maatregelen. Men financiert de operatie door het beperken van aftrekposten, strengere sancties en compliance. Hieronder vindt u een overzicht van de grote krachtlijnen uit het hervormingsplan van de regering Michel. Voor details en definitieve teksten is het nog wachten op de nodige publicaties in het Belgisch Staatsblad.

Algemeen kader

De hervormingsoperatie vennootschapsbelasting verloopt in twee fasen: inkomstenjaar 2018 en inkomstenjaar 2020.

 20182019
Nieuw basistarief29%25%
Nieuw verlaagd tarief voor kmo *20%20%
Nieuwe crisisbijdrage2%0%

* (voor deel belastbare grondslag ≤ € 100.000 en mits naleving van de meeste bepalingen van art. 215 WIB 92 en art. 15 W.Venn).

De tariefdaling wordt vergezeld met extra fiscale stimuli en gaat volgens de regering gepaard met correcties in het licht van een meer rechtvaardige fiscaliteit.

1ste fase: 2018

Tariefdaling

Vanaf 2018 wordt er naar twee nominale belastingtarieven toegewerkt: een basistarief van 29% en een verlaagd tarief van 20% op de eerste schijf belastbare grondslag tot € 100.000 van zgn. KMO-vennootschappen. Tegelijkertijd daalt de aanvullende crisisbijdrage van 3% naar 2%.

Basistarief: 29%

Het basistarief van 33,99% (33% + 3% ACB) daalt naar 29,58% (29% + 2% ACB).

Verlaagd tarief: 20%

Voor KMO-vennootschappen bedraagt het verlaagd tarief 20,4% (20% + 2% ACB) op de eerste € 100.000 aan belastbare grondslag. KMO-vennootschappen zijn kleine vennootschappen conform art. 15 W.Venn. die bovendien voldoen aan de voorwaarden uit art. 215 WIB 92.

De definitie van kleine vennootschap wordt vanaf 2018 dus ook gebruikt als voorwaarde voor het verlaagd tarief.  Opmerkelijk is dat de zgn. 13% dividendregel wordt verlaten. Dat betekent dat kleine vennootschappen het verlaagd tarief niet zullen verliezen louter en alleen omdat ze meer dan 13% van het gestort kapitaal aan dividenden uitkeren.

Positief is dat het verlaagde tarief voor alle KMO-vennootschappen geldt. Ook KMO’s met meer dan € 100.000 belastbare winst zullen genieten van dat verlaagd tarief op hun eerste stuk winst. Enkel het deel van hun winst boven € 100.000 wordt belast tegen het gewoon tarief.

Verhoging investeringsaftrek van 20%

Voor nieuwe investeringen gedaan vanaf 1 januari 2018 wordt de eenmalige investeringsaftrek van 8% tijdelijk (voor 2 jaar) verhoogd naar 20%.  Het 20% tarief geldt zowel voor kleine vennootschappen als voor eenmanszaken en vrije beroepen in de personenbelasting. Op die manier worden bedrijven en zelfstandigen geprikkeld om de komende 2 jaar extra te investeren.

Groeibedrijven

Daarnaast maakt men het investeren in groeibedrijven fiscaal aantrekkelijker door de regels voor investeringsfondsen te versoepelen en door de belastingvermindering tax shelter toe te kennen aan particulieren die investeren in groeibedrijven. De belastingvermindering tax shelter voor startende ondernemingen van 30% of 45% zal dus in 2018 ook mogelijk worden voor bedrijven in volle groei volgens dezelfde principes als voor starters (kapitaalverhoging, inbreng in geld, nieuwe aandelen, behoudperiode van 4 jaar).

Eenmanszaken worden geharmoniseerd op vennootschapsregeling

Vanaf 2018 komen er maatregelen om de fiscale nadelen weg te werken die zelfstandigen nu ondervinden in vergelijking met vennootschappen:

  • Aftrekbaarheid van autokosten: ook in de personenbelasting worden autokosten voor zelfstandigen met een eenmanszaak aftrekbaar gemaakt in functie van hun CO2-uitstoot zoals voor vennootschappen i.p.v. het huidige 75%. Daardoor worden milieuvriendelijke wagens ook voor zelfstandigen fiscaal voordeliger.
  • Stopzettingsregime: in de personenbelasting daalt de belasting op stopzettingsmeerwaarden.
  • Kostenforfait zoals voor werknemers: om eenmanszaken te ondersteunen wordt voor zelfstandigen een kostenforfait ingevoerd dat gelijk is aan dat van werknemers.
  • Investeringsaftrek: ook voor zelfstandigen stijgt de eenmalige investeringsaftrek van 8% naar 20% zoals hierboven reeds aangehaald.

Compenserende maatregelen

De notionele interestaftrek (NIA) blijft bestaan maar in een ingeperkte vorm.  Vanaf 2018 zal de notionele interestaftrek niet meer toegekend worden op basis van het totale bedrag aan eigen vermogen maar op basis van de aangroei van het eigen vermogen. Elke toename van het eigen vermogen zal uitgesmeerd worden over 5 jaar. Bij een kapitaalverhoging van 100 zal je de notionele aftrek niet meer ineens op 100 krijgen maar op 20 gedurende 5 jaar. Het belang van de notionele interestaftrek was al sterk afgezwakt door de zeer lage rentevoet. Door het systeem te hervormen vermijdt de regering dat de aftrekpost weer aan belang wint als de rente opnieuw omhoog gaat.

De investeringsreserve dooft uit. Vanaf 2018 komt er een zgn. minimumwinstbelasting. Alle vennootschappen (KMO en niet-KMO) die meer dan € 1.000.000 belastbare winst maken zullen niet langer onbeperkt al hun fiscale aftrekken kunnen gebruiken om daarmee hun belastbare basis weg te werken.

Om te vermijden dat er teveel vennootschappen worden opgericht komen er ook een aantal maatregelen:

1) Verhoging van de minimale bedrijfsleidersbezoldiging naar € 45.000

In 2018 wordt de minimale bedrijfsleidersbezoldiging verhoogd van € 36.000 naar € 45.000 als één van de voorwaarden voor het verlaagd KMO-tarief.

  • Uitzondering 1: indien de belastbare winst kleiner is dan 45.000€, dan moet de minimale bedrijfsleidersbezoldiging minstens gelijk zijn aan het belastbaar resultaat van de vennootschap.
  • Uitzondering 2: startende ondernemingen (gedurende hun eerste 4 boekjaren)

2) Bijzondere aanslag bij tekort aan bedrijfsleidersbezoldiging

Vanaf 2018 wordt een bijzondere aanslag van 10% opgelegd voor elke vennootschap die geen of te weinig bedrijfsleidersbezoldiging uitkeert, behalve voor de startende ondernemingen. Deze bijzondere aanslag is aftrekbaar als beroepskost.

Het criterium “geen of te weinig bedrijfsleidersbezoldiging” wordt getoetst aan de verhoogde bezoldigingsregel van € 45.000 tenzij de belastbare winst lager ligt. De 10% aanslag wordt berekend op het tekort aan bezoldiging. Stel dat een vennootschap € 30.000 bezoldiging toekent aan een bedrijfsleider terwijl dit € 45.000 had moeten bedragen, dan betaalt deze vennootschap als sanctie een bijkomende belasting van € 1.500, nl. (45.000 – 30.000) x10 % = € 1.500.

3) Roerende voorheffing op kapitaalvermindering

Wanneer een vennootschap haar gestort kapitaal vermindert en zij eveneens beschikt over belaste reserves (al dan niet geïncorporeerd in het kapitaal) dan zal de kapitaalvermindering niet meer integraal op het gestort kapitaal aangerekend kunnen worden. De vennootschap wordt dan geacht pro rata kapitaal en reserves uit te keren waardoor er roerende voorheffing verschuldigd is op het gedeelte van de uitgekeerde reserves.

4) Effectieve belasting op supplement naar aanleiding van controle

Vanaf 2018 zal er altijd vennootschapsbelasting verschuldigd zijn op de inkomstenverhoging n.a.v. een controle. Het supplement wordt in de aftrekbeperking opgenomen. Hiermee wil de regering foutieve aangiftes van vennootschappen met verlies of een overload aan fiscale aftrekken ontraden.

5) Vrijstelling van meerwaarde op aandelen conform DBI-voorwaarde

Vanaf 2018 zullen meerwaarden op aandelen maar vrijgesteld worden van vennootschapsbelasting indien er ook voldaan is aan de zgn. participatievoorwaarde uit het DBI-stelsel: de participatie moet minstens 10% in het kapitaal bedragen ofwel een aanschaffingswaarde van minstens 2,5 miljoen euro bedragen.

6) Hervorming moratorium- en nalatigheidsinteresten

Vanaf 2018 worden de moratoriuminteresten gekoppeld aan de OLO en bedragen ze voortaan minimum 2%. Vanaf 2018 zullen de nalatigheidsinteresten steeds 2% hoger liggen dan de moratoriuminteresten.

7) Sanctie bij niet-aangifte vennootschapsbelasting

Vanaf 2018 komt er een stapsgewijze verhoging van de minimum belastbare winst van € 19.000 tot € 40.000 als sanctie bij niet-indiening van de aangifte vennootschapsbelasting.

8) Voorafbetalingen: verhoging basisrentevoet van 1% naar 3%

De basisrentevoet wordt gebruikt voor het bepalen van het percentage van de belastingvermeerdering wegens gebrek aan voorafbetalingen. Bijgevolg wordt het niet-tijdig voorafbetalen door vennootschappen een pak duurder.

9) Geen integrale aftrek meer van vooruitbetaalde kosten

Vanaf 2018 zijn vooruitbetaalde kosten niet meer integraal aftrekbaar in het jaar van hun vooruitbetaling maar enkel voor het gedeelte dat betrekking heeft op dat jaar zelf conform de boekhoudwet. Op die manier wil de regering de mogelijkheid vermijden om “vooruitbetaalde kosten” integraal af te trekken in het jaar van de betaling.

10) Voorzieningen

Enkele voorzieningen die voortvloeien uit een op balansdatum bestaande verplichting zijn voortaan vrijstelbaar.

11) Taxatie van meerwaarde

Wanneer een vennootschap gerealiseerde meerwaarden vrijstelt van vennootschapsbelasting tegen het huidige hoge VenB-tarief en op termijn niet tijdig wederbelegt, dan zal die meerwaarde niet belast worden aan de ondertussen verlaagde tarieven maar aan het oude belastingtarief. Op die manier wil de regering vermijden dat vennootschappen misbruik maken van de techniek van gespreide taxatie louter en alleen omwille van de tariefdaling.

2de fase: 2020

Verdere tariefdaling

Vanaf 2020 daalt het basistarief van 29% naar 25%. Het KMO-tarief van 20% blijft behouden voor de eerste schijf belastbare grondslag tot € 100.000.

Vanaf 2020 wordt voor alle vennootschappen de 2% crisisbijdrage volledig afgeschaft.

Vanaf 2020 zal ook het principe van fiscale consolidatie doorgevoerd worden. Binnen een groep zullen dan de winsten en de verliezen van verschillende dochterbedrijven in ons land samengeteld worden zodat de groep enkel op het totale winstbedrag belasting verschuldigd is. Fiscale consolidatie is alvast een historische maatregel. Tot nu toe is België één van de weinige landen waar een moederbedrijf de verliezen van haar dochter nog niet in mindering kon brengen van haar eigen winst.

Enkele niet-limitatieve compenserende maatregelen:

  • Het degressief afschrijvingsstelsel wordt opgeheven
  • Pro-rata afschrijven in het jaar van de investering voor alle vennootschappen
  • Aftrekbeperking van bijzondere uitgaven: niet aftrekbare boetes, niet-aftrekbare belastingen, geheime commissielonen, hervorming van autokosten, maximum 100% aftrekbaarheid
  • Andere diverse aanpassingen (aanvullend en bijkomend personeel, stagiairs, meerwaarden huisvestingskrediet, meerwaarde bedrijfsvoertuigen of gemeenschappelijk vervoer)
De belangrijke fiscale hervorming